vrijdag 26 juni 2009

Wist je dat ...

  • Beninse vrouwen best niet fluiten (zelfs geen melodietje) omdat ze dan vulgair zijn
  • boeren en je neus zwaar optrekken niet onbeleefd is
  • mensen tijdens vergaderingen soms hun nagels één voor één luidruchtig afbijten, opeten of er hun tanden mee kuisen, en dit de andere aanwezigen niet schijnt te storen
  • vergaderingen meer dan dubbel zo lang duren omdat iedereen uitgebreid zijn zeg wil doen
  • de airco overal in buro’s op vriestemperatuur lijkt te staan en men nooit begrijpt dat ik, als Europeaan, koud heb
  • gsm’s één van de kostbaarste bezittingen lijkt van een Beninees. Velen hebben er twee of drie (voor elk netwerk één) en zetten ze nooit af tijdens vergaderingen ... het is dan ook normaal dat je oproepen beantwoordt tijdens de vergadering
  • ik eens aan tafel zat te eten met een Beninees toen er plots een mandje op tafel begon te rinkelen. Hij begon er in te zoeken, haalde er zijn drie gsm’s uit om te zien welke hij moest beantwoorden. Het mandje bleek zijn “gsm-sjakosj”
  • Beninezen je vaak ook gewoon bellen om te weten waar je bent en om je goeiedag te zeggen
  • er manicure en pedicure – “venters” rondlopen die je op straat een goeie nagelbeurt kunnen geven
  • je er soms een uur over doet om geld af te halen bij de bank
  • het normaal is om privé-bezoek op je werk te ontvangen
  • ambtenaren op een ministerie vaak een tv in hun bureau hebben staan en dus keiluid zetten
  • men altijd heel veel geduld en tijd heeft, behalve in het verkeer, dan moet alles plots vooruit gaan
  • de voorrangsregels op een rond punt hier omgekeerd zijn: degene die aankomt om het rond punt op te rijden heeft voorrang
  • ik hier iemand letterlijk heb zien overreden worden
  • men aan zangers en dansers zijn appreciatie toont terwijl ze hun spektakel brengen, door geld op hun voorhoofd te gaan plakken
  • maar men na een optreden maar heel eventjes klapt, opstaat en weggaat
  • men hier helemaal niet danst zoals men in België bij een cursus ‘Afrikaans dansen’ aanleert. Het is een heel eigen typische stijl, bijvoorbeeld goed door de benen zakken, poep naar achter, bekken naar believen schudden, je armen in een hoek op een af zwaaien (zal t eens moeten voor doen, vrees ik)
  • je maar met één persoon mag trouwen, heel veel Beninezen verschillende vrouwen hebben (zeker in de dorpen) of het normaal vinden om hun vrouw te bedriegen
  • sommige personeelsleden verontwaardigd zijn dat er in het werkreglement staat dat je niet mag slapen op het werk
  • kinderen hier superhard moeten werken
  • kinderen ook niet gezien worden als een kwetsbaar schepsel, maar eerder als mankracht om bij te dragen tot het gezinsbehoud
  • het normaal lijkt om je kinderen te slaan
  • alle mannen in Benin besneden worden, meestal zonder verdoving, en als ze geluk hebben wanneer ze een baby zijn
  • vrouwenbesnijdenis ook nog bestaat, vooral in het noorden van Benin
  • sommige mensen (vooral meisjes) hun huid proberen af te bleken met javel, wat dus enorm schadelijk is voor de huid
  • slakken onze zonnebloemen opeten
  • men de luidsprekers in de bars zo luid zet dat je hoofdpijn krijgt
  • Beninezen ook heel goed bestand zijn tegen alle vormen van drukte en lawaai
  • in de beninese restaurants altijd de tv opstaat en de mensen tijdens het eten vaak tv zitten te kijken
  • men als begroeting elkaar de hand schudt en terwijl men de hand loslaat met de vingers knipt
  • men ‘doucement’ zegt, zowel als je “opgelet” bedoelt, als wanneer je “sorry” bedoelt. Dus als iemand tegen je loopt, zegt hij “doucement” en weet je eigenlijk niet of hij zich verontschuldigt of vindt dat je moet opletten.
  • Benin écht een voodoo-land is en dat de mensen echt alles kunnen geloven of vertellen
  • mensen alles kunnen vervoeren op de “zem”, tot hele salons met kasten en al toe
  • vrouwen gekleed gaan in jurken en rokken gemaakt van stoffen (‘pagnes’) met prachtige kleuren
  • de vrouwen hier meestal ‘vals’ haar hebben. Alle ‘coupes’ zijn ofwel ‘extensions’ ofwel ingevlochten haar (“tresses”) in allerlei vormen.
  • dit mijn laatste blog vanuit Benin is
  • ik morgen in België sta en Benin ga missen

dinsdag 23 juni 2009

Genderseminarie in Niger

Ik zat onlangs voor een weekje in Niger (in Niamey), een land waar het zo warm is dat je continu het gevoel hebt dat er een ‘warme-lucht-blazer’ op je gericht staat en er altijd warm water uit de kraan stroomt. Waarom zat ik daar? Er vond een internationaal seminarie plaats over “La capitalisation des expériences ‘genre’ dans les programmes/projets de développement”, georganiseerd door BTC en het ‘Ministère de la Promotion de la Femme et de l’Enfant’ in Niger. Allerlei mensen actief in BTC-projecten, bij ministeries of in NGO’s in de landen waar BTC actief is in Noord-en West-Afrika waren uitgenodigd om het te hebben over ‘gender’ en natuurlijk om strategieën uit te werken om BTC en andere internationale ontwikkelingsagentschappen te overtuigen meer rekening te houden met de situatie van vrouwen en de verbetering van deze situatie tijdens hun interventies in de ontwikkelingslanden.


In Benin hebben we deze gelegenheid aangegrepen om de inspanningen op het vlak van gender in de projecten nieuw leven in te blazen. Per sector waarin BTC actief is in Benin, heb ik 1 persoon van op ministerieel of institutioneel niveau in contact gebracht met de projecten in die sector. Concreet wil dit zeggen dat ik een samenwerking tot stand heb proberen brengen tussen de projecten in de landbouw- en gezondheidssector en de personen die op het Ministerie van Landbouw en Gezondheid verantwoordelijk zijn voor ‘gender’. Het decentralisatieproject heb in contact gebracht met de enige vrouwelijke burgemeester van Benin (1 op 77!). Deze 3 personen hebben dus BTC, hun project en de sector vertegenwoordigd op het seminarie in Niger. Voordien hebben ze vergaderd met hun project als eerste verkenning met als doel een actieplan op te stellen en zich gewoon simpelweg de vraag te stellen: “op welke manier kunnen we in de activiteiten die we gepland hebben voor 2009 meer rekening houden met de situatie of de positie van vrouwen?”. Nu, na onze deelname aan het seminarie is het de bedoeling dat elke contactpersoon een atelier organiseert voor zijn project om de kennis die hij heeft opgedaan te delen met de mensen actief in het project en om het actieplan verder af te werken.


In Niger hebben een honderdtal deelnemers vanuit Algerije, Marokko, Niger, Benin en Senegal de “Verklaring van Niamey” opgesteld, 12 concrete aanbevelingen, specifiek om een werkelijke ‘mainstreaming van gender’ te bekomen in de interventies van BTC (zoals voorzien in de wet van ’99). In Benin proberen we dit te concretiseren in actieplannen per project. Ik kan alleen maar hopen dat het geen letters op papier blijven!

donderdag 14 mei 2009

Kinder Surprise: kinderrechten in Benin

Hélène, een Benins meisje van twaalf, verkoopt zakjes water op de markt van Dantokpa in Cotonou. Op de vraag wat ze de hele dag doet, antwoordt ze: “Ik loop rond en ik blijf verkopen tot mijn mand leeg is, want anders durf ik niet naar huis.” Hélène is een “vidomegon”, een meisje dat op haar zesde als huishoudhulpje ‘geplaatst’ werd bij een verre kennis in de stad, omdat haar ouders niet in haar onderhoud konden voorzien. Ze wordt verplicht het huishouden te doen en zakjes water te verkopen op de markt of huis aan huis. Ze is naar de stad gekomen met de belofte er een betere scholing te krijgen. Zes jaar later spreekt ze echter amper Frans en heeft ze nog nooit een school van binnen gezien.

Dit jaar viert het Internationale Verdrag van de Rechten van het Kind haar twintigste verjaardag. Wat betekent dit voor een kind in een ontwikkelingsland als Benin? Zoals in vele West-Afrikaanse staten vormt de kustzone van Benin, met de metropool Cotonou, het politieke, economische en demografische zwaartepunt van het land. Maar in tegenstelling tot grootsteden als Dakar, Abidjan of Lagos zijn bedelende straatkinderen zo goed als afwezig in het straatbeeld. Dit doet een gunstigere situatie voor de Beninse kinderen vermoeden, maar schijn bedriegt. In Benin zit kinderarbeid en zelfs kinderhandel diep geworteld in de samenleving .


“Vidomegon” of “confiage” (toevertrouwen) is een traditie die erg verankerd is in de Beninse cultuur. Oorspronkelijk liet deze strategie ouders toe om kinderen een betere scholing en betere levensomstandigheden te bieden, namelijk door hen tijdelijk onder te brengen bij een familielid met meer financiële mogelijkheden. Deze praktijk werd dan ook beschouwd als een uiting van traditionele solidariteit onder familieleden of in een gemeenschap. Dit sociaal mechanisme werd echter aangetast, onder invloed van de economische crisis in de jaren tachtig; een trend die zich verder zette in de jaren negentig. Door de crisis groeide de informele sector aan, en tegelijk nam ook de vraag naar goedkope handenarbeid toe, vooral in de nijverheids- en de commerciële sector. In deze context vulde de aloude praktijk van ‘confiage’ gemakkelijk de vraag naar goedkope arbeidskrachten op. Tussenpersonen begonnen zich te organiseren en gingen actief op zoek naar minderjarigen op het platteland voor derden in de stad. Sindsdien wordt in ruil voor scholing, een klein loon, kleren, cadeaus of een globale som met de ouders een akkoord bereikt. Sommige ‘vidomegons’ leren effectief een beroep aan of volgen onderwijs. Maar al te vaak zijn ze slachtoffer van fysiek, psychologisch of seksueel geweld.


Vandaag mondt de oorspronkelijke praktijk van ‘vidomegon’ onder invloed van externe factoren vaak uit in een problematiek van kinderhandel en kinderuitbuiting. De slachtoffers van deze handel komen veelal uit grote, arme families en hebben nooit (70%) of weinig (30%) scholing genoten. De helft van hen is tussen 10 en 14 jaar oud, een derde tussen 15 en 17 en een vijfde tussen 6 en 9 jaar.(1) De meerderheid onder hen zijn meisjes, wegens hun inzetbaarheid in het huishouden of in de commerciële sector. Deze kinderen, die soms tot honderd uur per week werken, ontberen voeding, rust en ontspanning en hebben nauwelijks toegang tot gezondheidszorg.


De ontaarding van de traditie van ‘vidomegon’ ligt dus in grote mate aan de basis van de nationale en zelfs internationale kinderhandel. Maar hoe kan deze problematiek blijven voortbestaan in een land dat in 1990 het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) ratificeerde en in 2001 bovendien het ‘Facultatief Protocol betreffende de verkoop van kinderen, prostitutie en pornografie’?


Het overgrote deel van de schendingen van de rechten van het kind komen voort uit de extreem moeilijke sociaal-economische context. In Benin leeft bijna de helft van de bevolking onder de internationaal bepaalde armoedegrens van 1 Dollar per dag. Het ligt dan ook voor de hand dat de hoofdoorzaak van kinderhandel en –uitbuiting te zoeken is in deze situatie van armoede, zowel langs de vraagzijde als de aanbodzijde. De belangrijkste reden voor ouders om hun kinderen bij een derde onder te brengen is immers het “bieden van een betere toekomst” aan het kind. Bovendien zijn ze er ook vaak van overtuigd dat het kind in goede omstandigheden wordt opgevangen. Die onwetendheid wordt in de hand gewerkt door de tussenpersonen, vaak gekend door de familie, die er alle belang bij hebben om die mythe in stand te houden.

Kinderarbeid wordt in het algemeen ook aanvaard door de Beninse gemeenschap. Ondanks art. 32 van het IVRK en het ‘Verdrag 138’ van de Internationale Arbeidsorganisatie – geratificeerd en overgenomen door Benin in haar Arbeidswetboek – dat arbeid onder de 14 jaar verbiedt, werkt maar liefst 66% van de kinderen tussen 5 en 14 jaar. De meerderheid van de kinderen werkt 4 à 8 uur per dag en een aanzienlijk deel (13% van de 5 tot 17-jarigen, 10% van de 5 tot 14-jarigen) werkt zelfs meer dan 8 uur per dag.(2) In het straatbeeld van Cotonou dus geen bedelende kinderen, maar wel overal kinderen aan het werk: als verkoper van groenten en fruit, als hulpje van de loodgieter of de elektricien, als arbeider bij de bouw van een huis. Maar ook in de kleinere steden en in de dorpen worden minderjarigen aan het werk gezet: op het veld, in het huishouden, bij de verkoop van de landbouwproducten…


Het spreekt voor zich dat kinderen die vanaf jonge leeftijd al meer dan 4 uur per dag werken geen reële toegang hebben tot onderwijs. Onderwijs wordt niet gezien als een recht van het kind, maar eerder als een zware belasting op het inkomen. In theorie is onderwijs verplicht voor alle kinderen tussen zes en elf jaar, maar bij gebrek aan controlemechanismen van de overheid wordt deze regel in de praktijk niet nauwgezet opgevolgd. Bovendien spelen naast economische overwegingen ook socio-culturele opvattingen over kinderen een grote rol bij de beslissing om een kind al dan niet naar school te sturen. Grote gezinnen zijn legio in Benin (6,3 kinderen per vrouw), polygamie is een wijd verspreid gebruik en familieplanning blijft een gevoelig onderwerp. Een kind is dus één van de vele handen die een bijdrage moeten leveren aan het huishouden, en wordt veel sneller als volwassene behandeld. De keuze tussen naar school gaan of voor inkomsten zorgen is dan ook vaak snel gemaakt.


Naast de sociaal-economische en culturele context, bieden de institutionele tekortkomingen een verklaring voor de situatie. Het spreekt voor zich dat kinderhandel en –uitbuiting onmogelijk te bestrijden zijn wanneer er geen efficiënte bestraffingsmechanismen bestaan.

Op juridisch vlak beschikt Benin nochtans over verschillende instrumenten. Zo is er de wet van 10 april 2006 betreffende de voorwaarden voor het (ver)plaatsen van kinderen en de bestrijding van de kinderhandel. Met de hulp van UNICEF werd in 2007 het “Kinderwetboek” (Code de l’Enfant) samengesteld met alle wetten die betrekking hebben op kinderen in Benin. Eveneens met ondersteuning van UNICEF stelde het Ministerie van Familie en Nationale Solidariteit een vijfjarig nationaal actieplan op (van 2008-2012) waarin ondermeer veel aandacht wordt besteed aan de versterking van de institutionele actoren.(3)Het Comité voor de Rechten van het Kind moedigde in 2006 Benin trouwens aan om werk te maken van de uitvoering van de wettelijke bepalingen en het versterken van lokale structuren die actief zijn op vlak van preventie en bestrijding van kinderhandel en -uitbuiting.(4)


Deze lokale structuren zijn de ‘Brigade de Protection des Mineurs’, de politiediensten, de sociale centra, de lokale comités ter bestrijding van de kinderhandel en de NGO’s. De ‘Brigade de Protection des Mineurs’ dient als eerste lijnsdienst gecontacteerd te worden bij alle gevallen van overtredingen door of tegen minderjarigen. Ze is bevoegd om klachten te onderzoeken en door te verwijzen naar de Jeugdrechter. Deze Brigade is helaas, door een gebrek aan middelen, vooral actief in Cotonou en nauwelijks op het platteland. Bovendien is de Jeugdrechter door weinigen gekend. Men kan trouwens slechts vanaf 21 jaar zelfstandig een klacht voor de Jeugdrechter brengen. Onder de 21 jaar dient men te worden vertegenwoordigd door zijn ouders en de ouders moeten aanwezig zijn wanneer de minderjarige gehoord wordt, een detail dat van groot belang is wanneer de ouders in het conflict of de overtreding betrokken zijn.


In de dorpen zijn het vooral de sociale centra en de lokale comités ter bestrijding van de kinderhandel die door de bevolking worden aangesproken bij gevallen van kinderhandel. Deze comités zijn opgericht door het Ministerie van Familie (met ondersteuning van UNICEF) om de mobiliteit van minderjarigen in hun gemeenschap te controleren en gevallen van kinderhandel aan te geven aan de politie. Ondanks alle publiciteit die rond deze comités is verspreid, wordt hun werk ondermijnd door een gebrek aan middelen en motivatie (De comités bestaan meestal uit vrijwilligers). Ook de motivatie van de verantwoordelijken van de sociale centra lijdt onder de hoge werkdruk, en een gebrek aan personeel en aan materiaal.

Bovendien zijn de wettelijke bepalingen en het justitiesysteem nauwelijks bekend bij de Beninse bevolking, zelfs niet bij de lokale besturen of politiediensten. Als ze er al enigszins mee vertrouwd zijn, is de financiële of administratieve drempel voor de meeste te hoog om ook daadwerkelijk beroep te doen op het juridische systeem. Gevallen van wetsovertredingen of conflicten komen daarom maar al te vaak terecht bij de burgemeester, de dorpschef of de politie die hier autonoom over beslissen. Zo worden mensen opgesloten in een politiekantoor en/of vrijgelaten op borgtocht zonder enige wettelijke basis. Burgemeesters beslissen wie eigenaar is van een bepaald stuk grond, de dorpschef betwist een echtelijke ruzie, … Ook gevallen van kinderhandel en –uitbuiting worden vaak op deze manier afgehandeld.


Dit heeft nefaste gevolgen, niet alleen voor de daders zelf (principes van eerlijk proces), maar ook voor de toekomstige slachtoffers. Wanneer kinderhandelaars immers hun gang kunnen blijven gaan, de bevolking niet geïnformeerd wordt over eventuele vervolgingen en de overheid dus geen duidelijk afkeurend signaal geeft, verliezen de preventie- en sensibiliseringscampagnes van de NGO’s aan impact en lijken de vele opvangcentra voor slachtoffers van kinderhandel een doekje voor het bloeden .


De overheid is de belangrijkste actor en katalysator voor een duidelijk zichtbaar repressief optreden. Dit is een mogelijke reden waarom NGO’s en internationale organisaties de repressieve kant van het verhaal lijken te verwaarlozen en zich meer concentreren op activiteiten waarin het aandeel van de overheid kleiner is, zoals sensibilisering, het aanklagen van schendingen van de rechten van het kind, het opvangen van slachtoffers en het bevorderen van hun scholing en socio-professionele integratie. Het is echter betreurenswaardig dat zelfs het Comité voor de Rechten van het Kind niet meer nadruk legt op het belang van repressie in haar aanbevelingen voor Benin.(5)


Bemoedigend anderzijds is het reeds vernoemde vijfjarig actieplan “Protection de l’Enfance au Bénin” (2008-2012) dat voorziet in de uitwerking, de verspreiding en effectieve toepassing van de wetten ter bescherming van het kind. Een tweede en derde pijler van dit plan zijn de versterking van de institutionele capaciteiten en een verbetering van de sociale diensten ter preventie en opvang van de kinderen. In concreto zouden in de komende jaren aldus de rechtbanken, de politiediensten, de ‘Brigade de Protection des Mineurs’ en de sociale centra van extra middelen worden voorzien en zouden de lokale NGO’s ondersteund worden. Samen met de twee laatste pijlers waarop het actieplan gestoeld is, met name de verbetering van de kennis over de situatie van het kind en de bevordering van een cultuur gebaseerd op respect voor de rechten van het kind, lijkt dit een zeer evenwichtig, omvattend, en kostelijk actieplan. Dit samenspel van inspanningen op sociaal-economisch én op institutioneel vlak, ondersteund door internationale organisaties, NGO’s én de overheid, lijkt alvast een goed begin. De vraag blijft hoe dit plan in de praktijk zal omgezet worden. Rendez-vous in 2012 voor een nieuwe stand van zaken?


(1) Etude nationale sur la traite des enfants, Ministère de la Famille et de la Solidarité Nationale Bénin et UNICEF, 2007.
(2) Enquête démographique et de santé 3 (EDS III), Benin, 2006.
(3) Protection de l’Enfance au Bénin. Plan d’Actions stratégiques quinquennal 2008-2012, Ministère de la Famille et de la Solidarité Nationale, République du Bénin, 2007.
(4) Consideration of reports submitted by States Parties under Article 44 of the Convention, Concluding Observations Benin, CRC/C/BEN/CO/2, Committee on the Rights of the Child, Forty-third session , 29 September 2006.
(5) Consideration of reports submitted by States Parties under Article 44 of the Convention, Concluding Observations Benin, CRC/C/BEN/CO/2, Committee on the Rights of the Child, Forty-third session , 29 September 2006.

maandag 4 mei 2009

Bénin, toce me

Gezellig met zijn viertjes op de achterbank van een taxi-brousse, op weg naar Comé. Katelijne en ik die ons druk maken over de ‘poep’ van Davide en Thibaut … hun poep moét wel veel te dik zijn, want we hebben nog nooit zo weinig plaats gehad in een taxi! Thibaut, onze beste Beninse maat, is afkomstig uit een mini-dorpje bij Comé en heeft ons uitgenodigd om er het weekend door te brengen. Bij aankomst worden we vrolijk begroet door de tantes, nichten en neven en nadien zelfs door de bomma van 93 (volgens Thibaut) toen ze thuis kwam na haar werk op het veld!

Een deugddoend (maar soms wel te snel) ritje op de zem door het Afrikaanse landschap brengt ons in Posotomé, een vissersdorpje aan de ‘Lac Ahémé’ waar zich de bron van het Posotomé-water bevindt (het water dat we hier altijd drinken). De paar uurtjes zitten naast het meer, wat kletsen, wat lezen, wat wandelen … brengen een rust in mijn hoofd waar je alleen maar dankbaar om kan zijn. Op de terugweg naar het dorp stoppen we nog even om ‘fromage peuhl’ met tomatensaus en rijst te eten, en met een frisse cola, Flag of Eku in de hand nog een kaartje te leggen. Bij onze aankomst in het dorpje worden een paar matten uitgerold en een olielamp aangestoken om nog wat te praten met de neven en nichten. Thibaut en Katelijne halen hun beste magische truken boven, dus aan entertainment geen gebrek. Ik ben wel nog altijd boos op Thibaut omdat hij me niet wou uitleggen hoe hij een in tweeën geknipt touwtje weer heel kreeg.;) Zo gezellig rond een olielampje zitten, in een dorpje zonder electriciteit of stromend water, zet alles in je leven wel gemakkelijk in perspectief … De nacht doorbrengen in een veel te benauwde kamer, met twee in een bed dat in België die naam niet waardig is, doet je des te meer genieten van de emmer water die je ’s morgens over je hoofd mag gooien om je op te frissen…

Het grappige is dat we ons vaak afvragen of we ons wel gedragen naar hun normen. We willen bijvoorbeeld een mat buiten op de grond uitrollen om er op te ontbijten, waarop eerst een discussie ontstaat of we niet liever op stoelen zitten. Eindelijk krijgen we Thibaut ervan overtuigd dat we liever op de grond zitten, waarop de oude tante duidelijk maakt dat ze dan wel eerst de grond onder de boom moet borstelen vooraleer we onze mat kunnen uitrollen… Is het ‘not done’ om ons daar te zetten, is Thibaut een slechte gastheer als we niet op stoelen zitten? Wanneer we ’s avonds snel wat water over ons hoofd willen gieten, stellen we ons dezelfde vragen wanneer Thibaut maar blijft herhalen dat we ook mogen douchen (in een kot met een emmer water). Zijn we onbeleefd als we wat water over ons hoofd gieten in het midden van het plein? “Neenee”, zegt Thibaut…








Na ons ontbijt van koffie en brood, laat Julie, een nicht van Thibaut, ons zien hoe ze een mat vlecht van riet. Dat hebben we dan ook weer geleerd… En de verrassing van de dag: Thibaut heeft 4 fietsen verzameld om er een fietstochtje mee te maken. Op onze krakkemikkige fietsen door het zand, door de dorpjes, alle Beninezen verbaasd over die Yovo’s op een fiets. Zalig! Ons boottochtje op de Lac Ahémé is eerder een belevenis te noemen. Terwijl ik me bezig houd met water uit de lekkende ‘pirogue’ te scheppen, concentreert Katelijne zich op het overtuigen van Thibaut en Davide om stil op hun plek in de boot te blijven zitten, kwestie van in evenwicht te blijven. Wanneer we de spelende of vissende kinderen in het water zien, krijg ik zelfs zin om er bij in te springen …. tot ik hoor dat het meer stikt van de krabben. We halen nog even onze fietsen terug op bij de dorpschef die ons natuurlijk een glaasje sodabi aanbiedt, en dan weer op weg. De terugweg is heel wat zwaarder, want bergop, maar natuurlijk echt de moeite. Ik heb de indruk dat ik des te harder van Afrika geniet wanneer ik door het landschap kan wandelen, fietsen, varen … en gewoon kijken… Maar zitten en eten is ook wel de moeite ;) Vooral de ‘igname pilée’ met ‘sauce arachide’ en kip die we ’s avonds binnenspelen! En dan zit ons weekendje er weer op. Ik had het nodig om het vuile en drukke Cotonou even te ontvluchten en nog eens te proeven van het ‘echte’ Afrika … voor zover je dat als blanke kan natuurlijk. Benin, mijn land ...


Foto's bekijken? Klik hier!

maandag 27 april 2009

Togo Togo Togo Togo enzooo !!

Hoewel ik echt wel andere dingen doe dan op vakantie gaan, zijn vakanties natuurlijk wel het leukst om over te vertellen ... Ondertussen hebben Bram en ik dus nog een ander land verkend in West-Afrika, namelijk Togo (buurland, links van Benin). Verkend is misschien een groot woord, want we hebben enkel Lomé (hoofdstad), de streek van Kpalimé en Togoville bezocht. Over Lomé valt niet veel te vertellen, buiten het feit dat het aan de zee ligt, dat we er in een gezellig hotelletje hebben gelogeerd en weer héél lekker gegeten hebben. De streek van Kpalimé daarentegen is ongelooflijk de moeite! Als je al je tijd doorbrengt in het platte zuiden van Benin, doet het enorm deugd om een paar daagjes in de (frisse) bergen van Togo te zitten... in een gezellig kamertje met een terrasje waar alle voorbijgangers vriendelijk goeiendag komen zeggen, een douche met zicht op de bergen en gelukkig een emmer warm water.

We hebben er een geweldige wandeling gemaakt naar een waterval, geweldig mooi, geweldig zwaar en misschien toch een beetje gevaarlijk. Door het "oerwoud", langs kleine ravijntjes, naar beneden of boven klauteren met enkel wat lianen als houvast ... ;) Het was de moeite! En mijn knieën hebben het geweten de dagen nadien. Maar als top of the bill heb ik gelukkig toch een leuke verrassing kunnen versieren voor Bram's verjaardag: een parapente-sprong met zicht op de bergen van Togo!! En natuurlijk heb ik er zelf ook eentje gedaan. Het is wel een raar gevoel om van een berg te lopen en plots tussen de vogeltjes te zweven! (Wees gerust, het was een duo-sprong met een ervaren professioneel.)








Op de weg terug naar Benin zijn we nog eventjes in Togoville gestopt, een dorpje in een lagune waar je heel wat voodoo-beeldjes enzo kan bekijken. Maar veel belangrijker: dé paus Johannes Paulus de zoveelste heeft er ook voet aan wal gezet (mét zijn pausmobiel, waarvoor ze speciaal een aangepaste brug hadden gebouwd!) en er een mis opgedragen met als boodschap dat het christelijk geloof en het voodoo-geloof beide een boodschap van goedheid uitdragen en dus in harmonie kunnen blijven bestaan. (Bram, correct me if I 'm wrong, want ik was die dag niet zo aan het opletten ;) Ook indrukwekkend was de Portugese koloniale villa die we hebben bezocht, die tot in de 19e eeuw gebruikt werd om er slaven in op te sluiten vooraleer ze verscheept werden naar Zuid-Amerika (Brazilië). Zelfs na de afschaffing van de slavernij (midden 19e eeuw) bleef men stiekem slaven verhandelen, die men dan in de kelder verstopte in de villa. Raar gevoel om ook even op je hurken in die kelder te zitten...

Uiteindelijk nog enkele dagen op het gemakje in Cotonou en omstreken doorgebracht. Een BBQ-tje gehouden om Bram's verjaardag te vieren en nadien nog wat met de poep gaan schudden in de Chevalier (discotheek in Cotonou). We zijn er zelfs in geslaagd om te slowen op zijn Afrikaans! Bram heeft dan eindelijk ook een python om zijn nek geslingerd gekregen in Ouidah, het voodoostadje van Benin én we hebben samen een wens gedaan voor de voodootempel onder (letterlijk) het goedkeurend oog van honderden (zonder overdrijven) vleermuizen. Ik hoop alleen dat het dezelfde wens was ;) Dan nog een dagje aan zee in Grand Popo, een laatste keer héél lekker getafeld en dan zat het er echt op ...
Alweer een chewèèèldige vakantie met mijn ssjjéérie. We zijn toch gelukzakken, he!

Fotootjes bekijken? Klik hier

woensdag 8 april 2009

Vidomégon en kinderhandel

Hélène, een Benins meisje van twaalf, verkoopt zakjes water op de markt van Dantokpa in Cotonou. Op de vraag wat ze de hele dag doet, antwoordt ze: “Ik loop rond, ik blijf stappen en verkopen tot mijn mand leeg is en alles verkocht, want anders durf ik niet naar huis ” Hélène is een “vidomegon”, een meisje dat op haar zesde als huishoudhulpje ‘geplaatst’ werd bij een verre kennis in de stad, omdat haar ouders niet in haar onderhoud kunnen voorzien. Ze wordt verplicht het huishouden te doen en zakjes water te verkopen op de markt of huis aan huis. Ze is naar de stad gekomen met de belofte er een betere scholing te vinden. Maar zes jaar later spreekt ze amper Frans en heeft ze nog nooit een school van binnen gezien.


Toen ik een jaar geleden in Cotonou aankwam en geen bedelende straatkinderen zag, leek me dit meteen een gunstig teken voor de toestand van kinderen in Benin. Tot ik meer te weten kwam over het fenomeen van de “vidomegon” en de problematiek van kinderhandel en kinderarbeid in Benin.


Meer weten? Zie linkerkolom.


woensdag 1 april 2009

Alive and kicking

Het was toch echt wel een leuk om dit geweldige duo op bezoek te hebben! Klik hier voor meer foto's!